Getuigenis van Marguerite

Brasschaat, 31-1-2005

Katten zeggen nooit onaardige dingen. Ze vertellen ons nooit wat er allemaal fout aan ons is, 'voor onze eigen bestwil'. Ze herinneren ons niet op de meest ongelegen momenten aan de fouten die we in het verleden gemaakt hebben. Ze zeggen niet sarcastisch 'O ja, aan jou hebben we altijd een hoop als we je echt nodig hebben.' Ze zeggen nooit, zoals onze partners soms doen, dat we vroeger veel aardiger waren. Katten nemen ons zoals we zijn.
(Jerome K. Jerome 1859-1927)

Hoe mijn poezenkindjes me leerden voor mezelf op te komen en mijn
grenzen te stellen!

Niet alle engeltjes hebben vleugels!

Wij leven onze levens op aarde om te leren en te rijpen. De lessen die we krijgen zijn vaak oneindig zwaar. Maar nooit zal Onze Lieve Heer ons zonder Zijn hulp en steun laten staan. Of we die hulp wel of niet aannemen is onze keuze! Heel vaak zijn het dieren die naar de aarde komen om ons bij te staan. Vermomde Engeltjes, die een bepaald persoon uitkiezen om haar of hem te begeleiden.

Al heel jong waren mijn dieren alles voor me. Ik vond andere kinderen maar rare en ook wrede wezentjes. Ik voelde me eigenlijk veel meer poes dan mens en dat is nog zo. Nu weet ik dat dat ook komt omdat ik een echte HSP ben, waarover Elaine N. Aron zo mooi schrijft in haar boek 'Hoog sensitieve personen'. Als kind had ik geen mensenspeelkameraadjes, maar des te meer dierenvriendjes. Ik had een heerlijke jeugd. Ik groeide op op een groot landbouwbedrijf en had 1800 ha speelgebied. Daar kwam een eind aan toen ik in de stad naar school moest. Als tienjarig kind werd ik in het diepe gegooid. Ik kon goed zwemmen, dat wel, maar niet in die modderige vijandige omgeving. Alle zekerheden vielen ineens weg. Ik werd gepest en vond alleen troost bij de poes van mijn huisbazin, die ik 's morgens vroeg meesmokkelde naar mijn kamer en bij mijn knuffelpoesje. (Wat werd ik daarmee gepest!) Het was een moeilijke tijd, maar ik heb echt veel van een poes. Ik overleefde door me onzichtbaar te maken en aan thuis te denken.

Ik werd volwassen en op het moment dat ik voor dierenarts wilde gaan leren werd mijn vader, mijn maatje, ziek. Ik kon en wilde niet anders dan voor hem zorgen. De studie zou later wel komen. De doktoren dachten dat papa niet lang meer zou leven. God zij dank hadden ze het verkeerd en leefde papa tot zijn 86 ste . Was het omdat ik mijn grote wens, dierenarts worden, niet kon doen? Kwam het doordat mijn vader me graag wat slanker wilde zien? Dat zou beter zijn voor de springconcoursen en dat hadden zijn vriendinnen gezegd. 'Je dochter moet echt oppassen voor haar lijn!' (Shi shi krengen waren het!) Was het genetisch? Ik weet het niet, maar ik kreeg anorexia. Dat is een van de gemeenste sluipmoordenaars. De anorexia duivel, Satano, nam ongemerkt het commando van mijn leven over. Ik, die dagenlang op het land kon werken en beresterk was, kon minder en minder. Ook mijn honden merkten dat. Ze bleven dicht bij me en probeerden me op te vrolijken. Angstig keken ze me aan. 'Wat had mama toch? Waarom at ze niet meer zoals vroeger? Waarom gingen we niet meer uren wandelen?' Vooral probeerden ze me meer te laten eten.

Het hielp niets. Ik was ervan overtuigd dat ik van één boterham méér zou dichtgroeien en ik wilde papa niet teleurstellen. Ik wilde niet falen! Mijn toenmalige dokter hielp ook niet echt mee me weer op het rechte pad te krijgen. Ik vroeg of ik toch niet één appel meer zou mogen eten. Ik werkte immers op het land en bewoog de hele dag. "Nee', je houdt het eetschema anders lukt het niet!' En ik, ik geloofde hem.

Concoursen rijden ging niet meer. Ik kon nauwelijks nog voor mijn ouders zorgen. Papa deed zijn uiterste best me weer meer te laten eten. Maar het waren vooral mijn dieren die zorgden dat ik niet doodging. Als ik in hun bezorgde ogen keek en hun verdriet zag, nam ik toch soms wat extra's. Ik moest immers sterk blijven voor hen. Ik vond een soort compromis en at net genoeg om niet dood te gaan, maar zeker niet genoeg om goed te leven. We verhuisden naar Biarritz, een warm vochtig klimaat. Misschien daardoor, maar meer nog door de ondervoeding en de spanning, kreeg ik een 'vieze' schimmel: Candida Albicans. Die voelde zich blijkbaar thuis bij mij, want ik heb er nog last van. Als je dat een keer hebt, kom je er zo moeilijk vanaf.

We gingen in België wonen. In 1990 stief papa en het scheelde weinig of ik volgde hem. Ik viel flauw, woog nog maar 43 kilo bij 1.77 m . De dokter kwam, hij schrok erg. Hij stuurde een diëtiste naar me toe. Zij werd mijn grote vriendin. Ik gaf me met huid en haar aan haar adviezen over. Ik had ook geen keuze meer. Samen met mijn geliefde Korthaar Collie Karma en mijn poezenkindjes Puddeke en Luckje, vocht ik om weer te durven eten. Het was een ware veldslag die we voerden tegen de anoduivel. Wat een kreng, wat een gemeen wezen! Sluw en krachtig! Hij viel aan op de momenten dat ik net ontspannen was. Juist dan hoorde ik hem roepen: 'Vette pattepoef die je nu bent! Ga maar door met vreten! Wacht maar tot je rolbaar bent! Dan mag je niets meer eten! Ik krijg je wel!!!' Maar de liefde van mijn dieren was veel krachtiger en hun stemmen klonken veel luider. Liefde overwint altijd! 'Ahwel mama', las ik in Pudjes prachtige groene en zeer wijze ogen, 'wat maakt het uit of je dik of dun bent? Wij liggen toch veel lekkerder op een dikke buik dan op een stelletje rammelende botten? Dacht je echt dat we niet meer van je zullen houden als je meer gaat wegen? Wij houden onvoorwaardelijk van je! Geloof me maar.'

Donsje kwam, als een klein pluizig bolletje liefde ook bij ons. Zij werd mijn speciale beschermengeltje en is dat nog. Ik noem haar vaak Donsje-sponsje omdat ze echt alles opeet J . Hoezo voorbeeld! Mijn drie poezenkindjes en Karma, zij waren zoveel sterker dan Satano. Zij vertegenwoordigden het goede, het Licht. Zij zonden zoveel positieve energie uit, dat ik voelde dat het goed was aan te komen en te gaan genieten van het leven. Nee, het was niet goed, het was mijn plicht!

Vaak kwam Donsje in mijn nek liggen spinnen. Door de vibratie ging de pijn weg. Pudje kwam warm op mijn schoot liggen, als ik verdrietig was. Karma sprong weer met grote sprongen om me heen tijdens de wandeling. Ik ging naar de hondenschool met hem en we genoten van alles wat hij leerde. Karma was trouwens een doodzieke uitgemergelde hond, toen ik hem in een hok achter in een tuin vond. Gedumpt wegens een scheiding! Dat was toen ik nog midden in anoland woonde. Door Karma merkte ik hoeveel goede gezonde voeding kan betekenen. Na een paar maanden glansde zijn vacht en blonken zijn ogen. Papa leefde toen nog en zei vaak: 'Kind, kijk eens naar Karma, zou jij nu ook niet eens.' Ik twijfelde nog maar Karma opende mijn ogen. 'Is het nu niet veel fijner mama, als je je beter voelt en niet meer zwak ziek en misselijk bent? Je kunt toch ook beter voor ons zorgen nu?' En zo was het. Ik krabbelde langzaam uit de donkere vieze anorexiaput. Ik ging weer leven.

Mickje, die over het hek gegooid werd en als uitgemergeld pluisje in de sneeuw rondkroop, op zoek naar een muisje - bleef natuurlijk ook bij ons. Mijn mooie goud gevlamde schildpadmeisje. Soms kroop ze ineens dicht en warm tegen me aan. 'Weet je nog, mama? Ik was ook bijna dood en zie nu eens hoe ik glans na een paar weken goed eten!' Ja, ik zag het zeker! Ik ging meer en meer eten.

Jammergenoeg kreeg ik ook prozac van de psychiater in Holland, waar ik door mijn broer heengestuurd was. Misschien had ik het even nodig. Ik was wel erg ziek en zweefde soms boven mijn lichaam. Ook had ik erge hyperventilatie gekregen. Maar tien jaar prozac was niet nodig! De dokters wilden echt helpen. Natuurlijk wilden ze dat! Zij konden niet weten dat ik meer poes dan mens ben en uitermate sterk op alle chemische medicijnen reageer. Ik wilde zo graag stoppen, maar wilde ook de dokters niet kwetsen. Het zou immers een motie van wantrouwen zijn als ik de medicijnen niet meer zou willen nemen. Wederom durfde ik niet voor mezelf op te komen. Dat was op school al zo. Leerde ik dan nooit?

Gelukkig zei mijn lichaam: 'Nu is het genoeg!' Ik kreeg een gevaarlijk laag zoutgehalte, dat meer voorkomt als je prozac en aanverwanten neemt. Ik bouwde langzaam af. Later kreeg ik Remergon, omdat ik niet meer sliep na de aanslagen in Amerika. Dat werkte nog slechter. Oh, die medicijnen! Ze maken zoveel kapot! Uiteraard ben ik nu gestopt met alle 'chemische troep'. Natuurlijk heb je ze soms nodig, maar neem ze niet te snel. Probeer eerst de natuurlijk weg.

Toen ik sterk genoeg was geworden, ging ik anorexia patiënten helpen. Ik was immers ervaringsdeskundige. Erg mooi, maar ook wel moeilijk werk. Ik schreef, samen met mijn vriend Rudi, de vader van Marleen, mijn eerste boek: 'Eindelijk Lucht'. Daarna schreef ik, 'Ik heb een Sleutel'. Een werkboek met 'sleutels' om de deur naar de vrijheid te openen, als je in anoland gevangen zit. Ze verkochten goed en nog steeds krijg ik bestellingen. Maar voor mij is het veel belangrijker, dat ze veel mensen geholpen hebben.

Maar mijn hart lag en ligt nu een keer bij mijn dieren. Vooral poezen. Ik besloot eindelijk te gaan doen wat mijn werkelijke doel in dit leven op aarde is, n.l. me inzetten voor poezen. Ik werd lid van een paar opvangcentra voor poezen. Ik kwam in het bestuur van Poezenbel, die Stichting die mijn vriendin Maria heeft opgericht. Maria vangt hele jonge kittentjes op die gedumpt zijn. Verder proberen een paar vriendinnen en ik zoveel mogelijk gedumpte katten te vangen en te laten castreren. De enige manier om het kattenprobleem aan te pakken. Oh, als de regering toch eens wilde inzien dat, zolang de castraties niet gratis kunnen gebeuren of in ieder geval voor minder geld, er geen eind aan de kattenellende en ook niet aan de overlast voor de mensen komt. Waarom kan het in Engeland wel en hier niet?

Ik besloot een boek te schrijven over mijn poezen. Samen met mijn poezenkindjes, de ware auteurs, schreven we 'Wonderen op Pootjes'. Dat boek werd een waar succes. Wat ben ik dankbaar, want ik schreef het om poezenliefde en -kennis te verspreiden. Doordat het zoveel gelezen wordt, lukt dat. Daimke, Catje en Chummeke kwamen ook bij ons wonen. En natuurlijk wilden zij ook hun boek hebben J . Terecht! We schreven 'Spinnende Bengeltjes', dat verleden jaar uitkwam. Het boek vertelt over ons, maar ook over algemene kattenproblemen en kattenziektes. Ik heb spreuken over dieren in de Bijbel en de Koran opgenomen en vertel over de Regenboogbrug. De prachtige plaats waar onze dieren heen gaan als ze overgegaan zijn naar hun volgende leven en waar ze op ons wachten. Ook staan er veel mooie gedichten in.

Ik ben helemaal geheeld van de anorexia. Ik heb een goed eetschema en geniet van alles wat ik weer mag en kan. Het kan echt! Maar ja, 30 jaar anorexia beleef je niet ongestraft. Ik had nog steeds last van de Candida-infectie. Waarschijnlijk was mijn weerstand door de antidepressiva ook verzwakt. Begin vorige jaar escaleerde het. Ik liet twee implantaten zetten. Bij de eerste ging het al mis en moest ik antibiotica slikken. Ik wist en voelde dat ik de tweede niet moest laten doen, maar durfde de afspraak niet af te zeggen. Ik wilde niet laf zijn en zeker niet de chirurg kwetsen. Hij was immers speciaal voor mij gekomen. Maar ik weet nog dat ik in de stoel lag en de stem van papa hoorde die zei: 'Niet doen! Vlucht weg!' Er moest bot bij en ik kreeg drie weken antibiotica. De schimmeltjes kregen drie weken driesterrenmaaltijden gratis voor niets. Ze genoten van de antibiotica! Ze profiteerden ten volle.

'Leer je het nu nooit, mama?' vroegen de pluisjes in koor, toen ik thuis kwam. 'Dacht je nu echt dat wij dat met ons zouden laten doen?' Nee, dat dacht ik zeker niet. Ze zijn zoveel wijzer. Als de homeopathie van Pudje uitgewerkt is en de potentie verhoogd moet worden, draait mijn manneke zijn hoofdje om als ik met het spuitje kom! Hij weet het!

Hoeveel Sporanox en Difflucan ik ook slikte, het hielp niets. Zodra ik stopte kwam de schimmel in ergere mate terug. Ik kreeg vooral darmproblemen, die ik niet meer kon negeren. Gezien mijn voorgeschiedenis durfde ik niet goed het anticandida dieet te volgen. Dat is heel streng en ik had mezelf gezworen nooit meer een dieet te volgen. Dat was ook de reden dat mijn lieve psychiater en vriend Wim het me met klem afraadde. Hij was zo bang dat ik zou hervallen. Maar zo ging het niet langer. Ik wist dat ik fout bezig was door, wederom chemische middelen te nemen. 'Waarom' vroeg Donsje, die mijn secretaresse is en altijd op mijn bureau meehelpt met mijn correspondentie, 'waarom geef je ons alleen bachbloesems en homeopathie en waarom neem je zelf datgene dat je ons niet wilt geven?' Goede vraag.

Twee weken geleden besloot ik de knoop door te hakken en naar dokter Evelyne te gaan. Een zeer goed bekend staande Orthomolulaire arts die vlakbij ons woont. Het was een enorme stap voor me, maar oh, hoe dankbaar ben ik dat ik het gedaan heb. Na twee baxters en speciale medicijnen, die mij alleen een heerlijk gevoel geven en geen bijwerkingen hebben, voel ik me al zoveel sterker en beter. Vooral ook hoopvoller. Ik voelde me letterlijk naar de afgrond glijden afgelopen jaar. Waarom volgde ik mijn intuïtie niet?

'Zie je wel!' zei Donsje. 'Ik heb het je toch gezegd! Je wordt beter, maar je moet wel zelf er wat aan gaan doen!' Ja, Donsje is wijs, zo wijs. Het is heerlijk dat Dokter Wim helemaal achter mijn beslissing staat en nu ook erg enthousiast is. En ja, hij roept al jaren dat ik mijn grenzen moet leren stellen. Dat ik moet ophouden mezelf te verloochenen om anderen geen pijn te hoeven doen. Maar het is zo moeilijk.

Dokter Evelyne is een heel bijzondere vrouw. Ze begreep mijn angst voor weer een streng dieet en ik heb een eetschema gekregen waar ik dolgelukkig mee ben. Het mooiste vond ik het dat ze na een kwartier vroeg of ik wist wat schimmel was. Ja, natuurlijk wist ik dat. 'Een mycose, die je lichaam parasiteert'. 'Juist! En wat wil dat zeggen? Waarom heb je dat gekregen? Omdat jij je ook laat parasiteren! Leer je grenzen stellen en leer 'nee' zeggen!' Jeetje, dat is mijn Karma in dit leven. Dat wist ik al maar ik had het niet hiermee in verband gebracht.

'Waarom volg jij niet het voorbeeld van je poezenkindjes?' zei de dokter lachend. - ze heeft zelf drie prachtige pluisjes - Poezen zijn de meest perfecte voorbeelden die er zijn. Ze zorgen voor zichzelf als geen andere wezens. Ze rusten als ze moe zijn. Ze spelen tot hoge leeftijd. Ze geven oneindig veel liefde en warmte maar zorgen ook dat ze dat kunnen blijven doen, door zelf volop te genieten en op tijd te rusten en zich te herbronnen. Ze stellen zeker hun grenzen en zullen nooit van zich laten profiteren!'

Wat een boodschap kreeg ik mee, dat eerste consult! Natuurlijk is dat zo! Mijn poezenkindjes zijn mijn beschermengeltjes. Zij wezen en wijzen mij de weg. Alleen volgde ik niet zo goed! Vanaf nu ga ik nog meer raad aan hen vragen en belangrijker nog, die raad opvolgen. En hun navolgen.

Één ding staat vast. Zonder mijn dieren had ik niet meer geleefd.

'Doe als wij, geniet van het leven. Hou op met piekeren en je bent geheeld'. Dat zeggen mijn dierenengeltjes en dat ga ik doen!!!

Heel veel lieve spinnende groetjes van ons allemaal Pudje, Donsje, Mickje, Catje, Daimke, Chummeke, Tommeke, Marg en de hondjes

PS. Op onze site www.rietkat.be staat alles over ons te lezen. Ook hoe de boeken te bestellen zijn. U bent meer dan welkom!

 

Stichting De Rietkat
Postadres:
Marguerite Vlielander
Mishagen 43
Brasschaat 2930
België
Tel: +32-3-6332971
Fax: +32-3-6330396
E-mail: rietkat@tiscali.be