Anke belt me in maart 1996 omdat ze me wil spreken. Ze zendt me het volgende levensverhaal toe:
Levensloop van een mislukte neuroot
Moeder werd verkracht door haar eigen vader. Ze besluit het kind te houden.
Ik word geboren en in een home geplaatst.
Moeder krijgt kennis met mijn stiefvader. Ze trouwen en ik krijg er een stiefzus bij.
Vader slaat me regelmatig en op 11-jarige leeftijd kom ik te weten dat ik een STIEFvader heb. Waar is mijn echte vader?
Ik loop drie keer weg van thuis maar word steeds na enkele dagen door de politie thuisgebracht.
Ik word naar de kinderpsychiater gestuurd en daar kreeg ik te horen wie mijn échte vader is. Mijn wereld staat op zijn kop.
De volgende jaren loop ik dag en nacht rond met een dolk om niet verkracht te worden. Ik krijg een enorme haat tegen mannen. Heb toen altijd gedacht dat ik een seriemoordenares ging worden. Alle mannen moesten boeten, ik ging ze gruwelijk vermoorden.
Op mijn 15 jaar word ik naar een universitair ziekenhuis gestuurd, afdeling psychiatrie. Maar ze tasten in het duister. Dit komt héél zelden voor.
Bijna elke nacht droom ik over verkrachting, incest en moord.
Ik begin met drugs te experimenteren en daardoor heb ik op het punt gestaan om een man te vermoorden.
Ik wou mijn vader zien. Dit wou ik, want hij moest hetzelfde bij mij doen, hij moest me verkrachten. Na de tweede afspraak pleegt hij zelfmoord.
Ik was ongeveer 19 toen ik me voor het eerst prostitueerde. Ik ging naar bed met mannen van 70 jaar want zo vrijde ik met mijn echte vader.
Het was gruwelijk, maar het moest.
Verliefd worden kon ik niet. Jongens waren taboe. Ze moesten allen een kopje kleiner gemaakt worden.
Na mijn eerste hoger onderwijs kom ik in de psychiatrie terecht. De prostitutie gaat verder. Alle vernederingen, de pijn, het blijft duren.
Eindelijk word ik verliefd. Het verloopt heel moeizaam. De jongen pleegt een half jaar later zelfmoord.
Daarna heb ik 6 zelfmoordpogingen gedaan en werd gecolloceerd.
Ik zat diep in de put maar uiteindelijk was het niet allemaal zwart meer.
Ik moét me niet laten vernederen, gebruiken.
Ik ben er vanaf. Ik ben terug in het licht. Er zijn betrouwbare mannen.
Het leven heeft zin.
Ik neem mijn vader niets kwalijk.
(Anke, begin 1996)
De lijdensweg van Anke blijft echter voortduren. Haar eindverandwoordelijke psychiater en hoofdgeneesheer van de universitaire instelling zegt haar dat ik
(Jan Vanhaelen) iemand ben die een gat in de markt gezien heeft, namelijk
boeken schrijven over psychiatrie-getuigenissen en dat ik daar geld mee verdien.
Anke getuigt over seksuele relaties en misbruiken in de instelling, over drugs die binnengebracht, verkocht, geruild en gebruikt worden, medicatiemisbruik, enzovoort.
Ze plaatst, terwijl ze gecolloceerd is, contactadvertenties in plaatselijke reclame-blaadjes en prostitueert zich met oudere mannen. Ze gaat mee naar parenclubs en andere louche gelegenheden. Ze lijdt een dubbelleven.
Haar eindverantwoordelijke psychiater (die volgens andere losstaande getuigenissen
zelf bij de hoeren gaat op een welbepaalde steenweg) heeft geen vat op haar, brengt geen werkzame therapie aan.
Hij schrijft bergen medicatie voor, die Anke nog meer zelfmoordgedachten en verwarring bijbrengen. Hij bestempelt haar als borderline en besluit voor zichzelf,
en uit dat naar haar toe, dat ze een hopeloos geval is.
Wanneer ze voortdurend wegloopt, zelfmoordpogingen onderneemt, dan zegt hij haar uiteindelijk, alhoewel ze gecolloceerd is, dat ze van hem mag doen wat ze wil, met andere woorden: hij geeft haar behandeling op en laat haar gewoon lopen.
Op vrijdag 19 juli 1996 bijvoorbeeld belt ze om halfacht 's avonds naar haar moeder
om te zeggen dat ze met een vriend uit de psychiatrische kliniek weggelopen is om uit te gaan en dat ze zondagmorgen met de trein naar huis zal komen bij haar moeder.
Zaterdag, om negen uur 's morgens heeft de kliniek nog niet naar de moeder gebeld en de moeder belt zelf naar de kliniek.
Daar zeggen ze haar dat Anke weggegaan is vrijdag om 19 uur en dat ze, als ze na een half uur niet terug was, op zoek gegaan zijn. Een half uur later zou Anke dan naar de kliniek gebeld hebben om te zeggen dat ze zelf haar moeder zou verwittigen dat ze zondag naar huis zou komen en 's avonds weer naar de kliniek zou gaan.
Anke vertelde haar moeder ook dat ze verschillende keren buitengegaan was, zonder dat ze het gezien hadden. De dokter van wacht en de hoofdgeneesheer gaven de moeder de raad "af te wachten".
Anke verhuist nog naar andere psychiatrische klinieken. Ik ontmoet haar een aantal keren en ook haar moeder. Ik breng haar uiteindelijk een bezoek in haar thuissituatie.
Ze is en blijft hopeloos.
De fantasie uit misdaadromans en misdaadseries van tv overheersen haar eigen fantasie volkomen. Ze blijft de negatieve gevolgen van de medicatie ondervinden. Ze ziet geen uitweg.
Als ze met haar moeder samen naar de hemel zit te staren, ziet ze in de witte wolkjes al de andere lotgenoten uit de psychiatrie die haar zijn voorgegaan en daar nu in een andere betere wereld verblijven.
Op 5 mei 1997 ruilde zij, naar haar eigen wil, haar aardse leven voor de eeuwige rust.
Ze gooide zich voor de trein, twee maanden en half nadat Lissa Broos uit het leven verdwenen was.
Jan Vanhaelen