Op 15 juli 2002 keurde de kamer van Volksvertegenwoordigers het wetsontwerp over de patiëntenrechten goed.
Tegelijk werd de oprichting van een fonds beloofd dat bij schade door medische fouten kan tussenkomen.
Op 6 oktober 2002 was de wet, na goedkeuring door de Senaat, een feit.
Het gaat hem, bij nader toezien, niet om een echte wettekst, met (juridisch) afdwingbare rechten en plichten van patiënt en zorgverstrekker, maar om een (zoveelste) soort charter, een princiepsverklaring die alleen meldt dat een "patiënt" bepaalde rechten heeft.
Sedert 6 oktober 2002 heeft elke patiënt, en dus ook de ggz -patiënt "recht op vertegenwoordiging, kwalitatieve dienstverlening, vrije keuze van de zorgverstrekker, informatie, toestemming, inzage en kopie van het patiëntendossier, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en klachtenbemiddeling.
Er werden klachtenbemiddelaars aangesteld, ombudsdiensten die de patiënten op klachten en vragen moeten bijstaan.
Inzake psychiatrie lijkt ons deze wet geen afdwingbare rechten te bevatten voor de ggz -patiënten omdat de algemene beginselverklaringen gewoon niet kunnen toegepast worden in de psychiatrie zoals deze nu geconcipieerd is en functioneert.
Dat de federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu deze materie in uitvoering beheert, zegt genoeg: hun in 2002 door Magda Aelvoet voor een periode van zes jaar aangestelde directeur-generaal is een vroeger medisch directeur van de firma Lilly, die onder andere het antidepressivum Prozac (= Fontex) produceert en het jaar voor zijn aanstelling de huisartsen schriftelijk aanmoedigde hun patiënten te bedriegen om het voorschrijven van zijn producten te bevorderen.
Ondertussen bleef het bij voorbeeld bij vrome verklaringen over terugbetaling van (psycho)therapeuten.
Dokter E. Sariban, een beroemd specialist van het kinderziekenhuis Koningin Fabiola waarschuwde voor de wet op de patiëntenrechten als volgt: "Ce sont des voeux pieux. Rien de plus."
Onafhankelijk van onze vaststellingen en onze mening vertolkte hij dezelfde besluiten: "We gaan naar een volledige ontmenselijking van de gezondheidszorg.
Er moet dringend een mentaliteitsverandering komen, waarbij een horizontale dialoog tussen patiënt en hulpverlener bevorderd wordt. De mandarijnen-mentaliteit wordt nog steeds gecultiveerd en deze wet zal daar niets aan veranderen.
De patiënten zullen enkel gerespecteerd worden als ze zich in belangenverenigingen gaan groeperen en hun rechten opeisen."
Misschien kan de wet Aelvoet, en dat is één lichtpuntje, toch een basis vormen van waaruit echte patiëntenverenigingen in de ggz zonder het monopoliemisbruik door vvgg , aanhoord zullen worden en mee aan tafel zullen zitten om de wet op de patiëntenrechten bij te schaven en om te bouwen naar een fatsoenlijke en juridisch correcte en uitvoerbare rechten- en plichtenleerwet van zowel hulpvragers als hulpverstrekkers.
Een aantal punten uit de wet Aelvoet bieden voor wat betreft ggz aanknopingsmogelijkheden om in de goede richting te gaan.
Maar dan zullen overheid, coördinerende organen, hulpverlening, instellingen, universiteiten, wetenschappers, enzovoort, eerst eens moeten leren gewoon luisteren naar patiënten en hun organisatie(s).
In de praktijk merken we dat weinig werk gemaakt werd in de voorbije vijf jaar van de punten uit ons manifest van 1997.
Van de volgende punten uit ons tienpuntenmanifest (zie Witboek) hoorden we weinig of niets: preventie en maatschappijzorg; veiligheid van de patiënt, correct geld- en goederenbeheer; meer investeren in mensen (her)opleiding , aanwerving, coördinatie, continuïteit, begeleiding van personeel, inzet van vrijwilligers, in plaats van verkeerde, nutteloze en gevaarlijke medicatie of bepaalde overbodige structuren en accommodatie; continuïteit (voorzorg, instapzorg, uitstapzorg, nazorg) en individuele begeleiding; aanpassing en correctere uitvoering van de collocatiewet; betere wettelijke bepaling van reglementering van dwangmaatregelen en vrijheidsberoving, betere evaluatie en toepassing van die maatregelen; aandacht voor de noden van ex-patiënten, rehabilitatie en integratie in de maatschappij (ook van chronische patiënten); kleinschaligheid, andere types van instellingen, meer ambulante en alternatieve zorg, thuiszorg, beperking van het aantal patiënten per psychiater en/ of therapeut en betaalbare sociaalgekoppelde vaste maximumtarieven; en helemaal kwam niet ter sprake dat we één gemeenschapsminister voor Psychosociaal Welzijn wensen per gemeenschap, met overleg- en solidariteitsprincipe.
Er is dus nog werk aan de winkel.
Jan Vanhaelen
oktober 2003
Voor meer informatie betreffende dit dossier kan u altijd contact opnemen met ons.