Depressie als kans

Lesbos, september 2004

We kunnen er niet meer om heen. In elke familie, buurt, werksituatie kennen we momenteel wel iemand die depressief is. Door de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) wordt geschat dat er wereldwijd 340 miljoen depressieven zijn. De depressiepiek zou volgens de WHO pas bereikt worden tegen het jaar 2020!!! Als men dit vergelijkt met de verspreiding van het Aidsvirus - met zijn 40 miljoen HIV seropositieven - kan men best gewagen van een epidemie op wereldschaal.
Dichter bij huis, spannen wij als Belgen de kroon. Naast Finland zijn we in Europa het land met het meeste aantal zelfmoorden en slikken we het meeste antidepressiva van alle Europeanen. Depressie is de meest voorkomende reden tot ziekteverzuim op het werk.
Toen ik precies twintig jaar geleden ('84) in mijn boek 'Wacht niet tot het donker wordt' al waarschuwde voor het oprukkende gevaar van de sluipende en slepende aandoening, werd dit honend weggewuifd. Ondertussen is depressie als een 'officiële'ziekte' geregistreerd. Volgens de fameuze wereldwijde DSM IV-standaard voor psychiatrie. Een psychiatrische ziekte dus nog wel! Met alle gevolgen vandien. Eenmaal als 'ziekte' gedefinieerd lag de weg voor de farmacie en de industrie wagenwijd open. Depressie is momenteel 'big business'!
Het hele Prozacverhaal (in CocaColamarketingstijl) is hiervan de meest agressieve getuige.

Geschiedenis

Vierhonderd jaar geleden bedacht Paracelsus al het St.-Janskruid (nog steeds langs onze straatkant) als middel dat zou zijn opgewassen tegen wat hij toen noemde 'de ziekte van de melancholia'. Van het woord 'depressie' was toen nog helemaal geen sprake. Lange tijd is deze visie bewaard gebleven. Het ging om een toestand van diepe 'tristesse', meestal gepaard gaande met een ernstig verlies en/of een existentiële eenzaamheid. Het is pas als de geneeskunde en vooral de psychiatrie, zich rond de jaren 1800 het domein van de menselijke geest én ziel is gaan toeëigenen - of beter gezegd, is gaan overnemen van de kerk - dat men gaat spreken van 'neurosen'. Freud heeft hierin later, als arts, onmiskenbaar zijn dubieuse invloed gehad. Het 'zieleknijpen' én ingewikkeld naamgeven was geboren.
De nieuwe (wetenschappelijke?) psychiatrische religie een feit.
Het woord 'depressie' zélf is nog maar van zeer recente oorsprong en is waarschijnlijk ontleend aan de economische depressie van de jaren dertig. Zoals Freud trouwens ook zijn bevindingen een naam gaf, die hij ontleende bij andere disciplines.
Amper twintig jaar geleden mocht ik van mijn uitgever het woord nog maar in kleine lettertjes op de kaft van mijn boek vermelden. Depressie was té onbekend. Nu neemt iedereen het woord te pas en vooral te onpas in de mond.
Dat er een verband bestaat tussen het toenemend aantal depressies én economie is momenteel overduidelijk. Populair wordt depressie immers 'de ziekte van de tijd' genoemd. Gerelateerd aan het allesoverheersende en imperatieve economische denken. De vraag is, of daar dan wel een of ander kruid, laat staan medicatie, is tegen opgewassen? Althans, zolang énkel economie ons denken en handelen blijft bepalen. De 340 miljoen depressieven situeren zich voornamelijk immers in de Westerse hoogtechnologische en economisch sterke samenleving. In Afrika zijn depressie en zelfmoord trouwens quasi onbestaande.

Vanuit mijn 25 jarige ervaring als depressietherapeut, met meer dan 12.000 gesprekken in individuele contacten; in groepsverband én in residentiële settings met jongeren én ouderen; is voor mij één ding duidelijk: depressie is géén eenduidige ziekte!
Depressie is een syndroom. Geen enkele depressie is dus gelijk aan een ander. Geen enkele therapie kan en màg dus gelijk zijn aan elkaar. Hoe graag we dat ook zouden willen en hoe makkelijk dit voor de hulpverlening wel niet zou kunnen zijn. Ik zou doodgraag willen geloven in dé dagelijkse gelukspil! Nét als in Sinterklaas.

Een syndroom betekent eigenlijk een verzameling van symptomen. Er zijn er een dertigtal. Het zou ons binnen dit beperkt artikel te ver leiden om ze allemaal op te sommen. Ik verwijs hiervoor naar mijn boeken en andere geschriften.
De rode draad door alle depressies heen is wél, dat vitale functies alsook sociale en emotionele relaties ernstig verstoord raken. Depressieven zijn dus niet 'ge-stoord' maar wel 'ver-stoord'! Verstoord in hun emotionele evenwicht. Uit balans. Niet meer in evenwichtige doen met zichzelf en de snelle hen omringende omgeving.
Zo stellen we vast dat eten, drinken, slapen, sexualiteit als vitale en primaire noden een duidelijke verandering ondergaan. Te veel of te weinig. Moeilijk. Extremen doen zich voor. Concentratiestoornissen, isolatiegedrag, sociale en andere angsten, schuldgevoelens en zelfverwijten overheersen het leven van de depressieve. Hij kàn (of wil?) niet meer mee.
Als meerdere van deze symptomen gedurende langere tijd op een dominante manier aanwezig zijn, zouden we - dan nog onder voorbehoud - kunnen spreken van een depressie. Deze drie voorwaarden (hoeveelheid symptomen, duurtijd én dagelijkse overheersing) dienen dus wel aanwezig te zijn om van een échte depressie te kunnen spreken. Het plakken van het etiket 'depressie' betekent nog niet dat dit definitief en onomkeerbaar is. De persoon in kwestie is niet voor altijd verbannen naar het rijk van de zotten en de gekken.
De stigmatisering die door dit (nu psychiatrisch) etiket optreedt, werkt op zich al vaak levenslang ziekmakend. Deze (eti-)ketterij moet dan ook dringend stoppen!

Elke kwaal heeft haar verhaal!

Uit alle 12.000 verhalen heb ik begrepen dat je het meest evenwichtig iemand kàn en màg zijn die er maar rondloopt; tot er zich in je leven iets voordoet waardoor alles op de helling komt te staan. Zeg dus nooit: 'Het zal mij niet overkomen'. Het leven is immers onberekenbaar en onvoorspelbaar. Vaak ook wreed en niét zo rooskleurig als onze glamourtelevisie toont.
Wat dacht je bv. van:. het feit dat je enig kind van 11 jaar zelfmoord pleegt. of je wordt ontvoerd en verkracht zoals in de Dutroux-en andere affaires.of je heet toevallig niét gevierde Marc Herremans en komt plots levenslang in een rolstoel te zitten?
Het zal je dus maar overkomen.
De twaalfduizend verhalen vertellen zou ons hier ook té ver leiden. Mensen willen dit trouwens ook niet graag horen. We willen vooral horen en zien dat het ons goed gaat. Goede rapporten over de economie, de beurs of op school, wekken vooral onze interesse en waardering. Mooie en lachende gezichten scoren hoge ogen. Ideale maten, borsten en billen; dàt is wat we willen! Mooie covers op magazines en fantastische interieurs binnenin. Onze sporters zijn nieuwe iconen en halfgoden geworden. Hun leven een prinselijk sprookje.
We willen vooral winnen. Niet verliezen. Menselijk uiteraard; maar niet realistisch.
Niet levensecht. Niet evenwichtig. Er kan trouwens geen winst zijn zonder verlies. De winnaarscultuur waarin we leven, maakt momenteel dat velen met hun daadwerkelijk verlies en de bijhorende eenzaamheid, hun 'zijn' en hun 'wezen' niet meer overweg kunnen. Ook niet meer naar buiten durven komen. Introjectie (inslikgedrag) is een typisch patroon bij depressie. De pillenindustrie weet dit maar al te goed.

"Als ik niet zo rijk, mooi, beroemd en getalenteerd ben. wat heeft het leven dan nog voor zin?" is de uitspraak van een depressief iemand. Ook vele jongeren worstelen hier momenteel mee. Zij kijken op tegen torenhoge verwachtingen die ze loodzwaar op hun toekomst voelen wegen. Zelfmoord bij jongeren neemt daarom ook schrikbarend toe.
Heel wat jongeren zijn faalangstig geworden. 'Losers' tellen niet mee en kunnen dus best maar zélf afhaken.
Ook 'oprustgestelde of -gestuurde' 50-plussers kampen er mee. De grote zin-loosheid. Ik spreek dan nog niet over al onze bejaarden in tehuizen waar 50% onder hen te kampen heeft met een al of niet gemaskeerde depressie. Ik had 6 jaar lang de leiding over een kleinschalig bejaardentehuis en was dagelijkse getuige van hun zinloze leed. Hun apathie.
Depressie dus énkel en alleen toeschrijven aan het individu, zonder de maatschappelijke context van het toenemend aantal depressieven te bekijken en te beluisteren, zou pas getuigen van intellectuele blindheid, doofheid en domheid. Een fenomeen als depressie, dat zich op zo'n grote schaal en zo snel verspreidt; daar gaat een samenleving niet vrijuit in.
Freud, die destijds al de relatie legde tussen neuroses (toenmalige woord voor depressie) en maatschappij, voorspelde dat er voor het individu een steeds groter wordend schuldgevoel zou optreden, naarmate de cultuur zich zou ontwikkelen. Dit als gevolg van het conflict tussen de eigen individuele noden en behoeften van het IK en de eisen van de maatschappij. Iets in de zin van : 'Ik kan niet beantwoorden aan alles wat 'men' van mij vraagt, dus is er iets mis met 'mij'. Ik ben niet OK.' Het conflict dus tussen 'men' en 'mij'. Hij schrijft : 'Misschien zal dit schuldgevoel zo groot worden, dat de eenling het nauwelijks nog zal kunnen dragen.'
Mijns inziens is dit punt jammerlijk bereikt.

Depressie als zingevingsvraag

Uit alle depressieve verhalen blijkt telkens weer de zin-gevingvraag sterk naar voor te komen.
Anders gezegd betekent dit, dat een depressief iemand zich zeer afhankelijk opstelt en zélf niet meer in staat blijkt om zin-te-géven. Misschien zelfs koppig weigert om nog zin te geven en actief ernaar te zoeken. Het leven is geen activiteit meer die men zélf in handen heeft. Men lààt zich leven. De depressieve wil, zeer afhankelijk en bijna kinderlijk, (zijn) zin krijgen; niet zin-géven. Keuzes maken hoort er niet meer bij. Men kiest als het ware om niet meer te kiezen. Kiezen is immers altijd ook verliezen. En verliezen.dat wil men niet meer! Het màg ook niet van de omgeving.

In die betekenis is depressie vaak ook een vorm van (stil) protest. Protest tegen 'het leven an sich'. Protest om de vele ontgoochelingen. Protest tegen de beperkingen en grenzen die het leven ons natuurlijkerwijs oplegt. Protest ook tegen volwassenheid. Was ik nog maar kind!
Dit heeft uiteraard ook alles te maken met wat men zich van het leven had voorgesteld. Met wat men ons van in onze jeugd van en over het leven voorspiegelde. Wat zullen de gevolgen zijn van generaties kinderen die gewoon zijn om (zin) te krijgen, zonder te moeten geven?
We komen dan uit bij levensverwachting. We komen dan uit bij ouders, opvoeders, school en samenleving.

"Wetenschappers berekenden dat kinderen die in het jaar 2000 geboren zijn, wel eens een levensverwachting van 130 jaar zouden kunnen hebben."
Uit deze zin in de krant, blijkt duidelijk dat we vandaag het leven vooral kwantificeren.
Ik wens echter niet dat de wetenschap zonder meer kwantiteit aan mijn leven toevoegt maar wel dat ze kwaliteit toevoegt. De (sociale) wetenschappen schieten hierin schromelijk tekort!
Wat zal trouwens de zin van mijn leven zijn als ik van mijn 70e tot mijn 130e jaar in een bejaardentehuis moet doorbrengen?
Met dié kwaliteit is het dus erbarmelijk gesteld als we de gegevens over depressie als maatstaf mogen nemen.

Verdriet en kwaadheid overheersen het leven van de depressieve mens. Een cocktail van deze beide gevoelens zorgt voor een explosief mengsel dat voortdurend vermoeiend en agressief naar uitwegen zoekt. Allerlei fysieke aandoeningen zijn hiervan het gevolg.
Er is duidelijk een verband tussen lichaam en geest- of gevoelsleven. Kinderen uiten het door onaangepast gedrag en 'karakterstoornissen' als ADHD, autisme en andere. Volwassenen worden chronisch vermoeid of vervallen in anorexie, fybromyalgie en andere allergie. De nieuwe stressziekten zijn er alom. Allemaal protest van lichaam én geest.
In alle verhalen heb ik me steeds de vraag moeten stellen: 'Wie is er nu de 'zieke'? Degene die hier voor me zit of de omgeving waar hij/zij vandaan komt?'. Het antwoord laat zich raden.

Ziek worden is daarom misschien een 'gezonde' reactie van lichaam én geest op een ongezonde situatie en omgeving. Een signaal. Een barometer. Een waarschuwing.
In die zin vormen de miljoenen depressieven nu een ernstige groep om mee rekening te houden. Ze waarschuwen ons. Ze geven ons het signaal dat we dringend aan verandering toe zijn. Het is niet 5 voor twaalf maar misschien al 5 nà twaalf! Vele onnodige doden zijn al gevallen in de 'psychische oorlog' rond depressie. Zeven zelfmoorden per dag in België heet immers 'oorlog'! Zoveel soldaten sneuvelen niet in Irak. Tijd voor psychische vrede en meer te-vredenheid dus. Laat ons onderhandelen. Het vredesproces op gang brengen.

Wat te doen?

Mensen hoeven niet rijk te sterven. Ze dienen 'rijk' te leven. Van de beperkte tijd iets zinvols te maken. Zij die voortleven in de geschiedenis waren niet altijd de rijksten der aarde. Het zijn de mensen met een visie en een boodschap die we ons herinneren. De tijd van de materie is over.
Depressieven zijn zij, die tot ver-innerlijking komen. Zij stellen heel veel levensvragen. Als het een ziekte is om te filosoferen over het leven en vragen te stellen of te zoeken naar de zin ervan. dan is depressie wél een ziekte! Als het hoort bij ons mens-zijn om telkens opnieuw in bijna kinderlijke verwondering en openheid in het leven te staan. dan is depressie misschien juist een signaal dat we dit terug méér moeten doen. Meer tijd maken. Tijd maken ook om te rouwen en te treuren. Met verlies en pijn om te gaan. Onze wonden te likken. Meer rituelen in ons leven. Meer praten met elkaar. Meer stilstaan. Tijd om te ver-werken. Niet énkel werken. Meer aandacht voor onze échte vrienden i.p.v. onze 'functionele relaties'.
De sneltrein van onze (technologische) maatschappelijke ontwikkeling is niet te stoppen.

Zelfs een sprookjesreus zou dat niet kunnen. Heil moet komen van opvoeding. Opvoeding tot emancipatie. Dit is ook de taak van therapie. Therapie moet mensen niet leren om zich aan te passen of te slikken. Tot ze nog meer stikken. De klassieke (medische) hulpverlening bij depressie doet dat wél. Therapie moet mensen leren om kritisch te kiezen, te kauwen, te proeven. en terug uit te spuwen wat niet bij hen past. Emancipatorische therapie is nodig. Ouders dienen meer tijd te maken voor hun kleine kinderen. Meer 'aanwezigheid' en betrokkenheid te geven. Minder materie. Niet de tafel volzetten en laten kiezen uit de overvloed. Geen self-service. Of er zelf vanalles instoppen. Het proces van kiezen moet begeleid worden. Dat is pas op-voeden! Het andere is op-voederen.

De huidige depressiegolf geeft ons een niet te missen kans om te bezinnen - en te kiezen - over ons toekomstig mensbeeld. Ofwel zijn we op weg om 'de nieuwe massamens' te creeëren waar enkel duistere anonieme maatschappelijke machten en krachten nog zeggenschap over hebben. Deze 'nieuwe mens' zal dan zijn pijn en z'n 'zijn' zwijgend ondergeschikt maken aan het geheel. De massa. Ofwel beluisteren we nu de depressieve enkeling die vandaag in miljoenen getallen geïsoleerd en eenzaam schreeuwt, met een eigen-aardige en unieke gesmoorde stem. Kritisch afwijkend van het geheel. Exclusief, creatief, bevragend, verbaasd, verwonderd, eigen-zinnig, kwaad, triest, zoekend.
Aan ieder van ons de keuze. (niét kiezen is ook kiezen)
Ik maakte mijn keuze 25 jaar geleden. en blijf erbij!

Bob Vansant
psychotherapeut-auteur

 

www.bobvansant.be

Boeken van Bob Vansant