Laat de kinderen spelen!

Is dit een verzoek of veeleer een dwingende eis om kinderen te laten spelen?
Ik laat uw antwoord in het midden, maar ben ervan overtuigd dat men kinderen moet laten spelen!
Op de vraag van Jan Vanhaelen een tekst te schrijven rond dit thema, glijden mijn gedachten naar mijn vervlogen kindertijd, doorweven van héérlijke momentopnamen.

Vraag eens aan een spelend kind: "Waarom speel jij?"

U moet geen wetenschappelijk geformuleerd antwoord verwachten! Alleen: "Ik doe dit graag!"
Ik weet beter: spelen is belangrijk en essentieel voor de ontwikkeling van het kind en voor elke leeftijd onmisbaar.
Mario Clementoni formuleert het zo: "Het spel is een fundamentele activiteit voor de sereniteit en ontwikkeling van het individu, het spel vergezelt hen doorheen alle momenten in zijn leven."
Al jaren probeer ik mensen te overtuigen dat spelen belangrijk is. Meer nog: als ik 's zomers een aanval doe op een puzzel of aan denksport doe is dit géén tijdverspilling, nee, dat is spel en dit moet gespeeld worden, ook door volwassenen.
Bij mijn laatste bezoek aan de bibliotheek kon ik een tentoonstelling aanschouwen, toepasselijk voor deze tijd van het jaar: kinderspelen buiten.
Ik vond het enerzijds wel grappig, anderzijds gaf het mij een raar gevoel: is dit zo'n onbekend terrein geworden voor kinderen? Wat is hinkelen? Wat is bikkelen? Wat is knikkeren? En.Hoepelen? Steltlopen?.Tollen?.
Ons motto thuis in kleuter- en kindertijd was: buiten spelen. Wij werden voortdurend aangemoedigd, ook bij koud weer, goed gemutst, letterlijk en figuurlijk, om ons naar buiten te reppen. Het was en bleef onze eigen wereld, vol fantasie, roepen en rennen, stil zoeken naar elkaar, verstoppertje spelen, of soms harde sportieve confrontaties aangaan.

Weet u soms wat spelen is? En waarom speelt een kind eigenlijk?

Elk kind zal antwoorden: het is leuk; ik ben bezig met speelgoed.
Wat je niet te horen krijgt is wel het voornaamste:
Spelen is: dingen doen waar je zin in hebt,
zolang je zelf wilt,
zonder iets speciaals te willen bereiken,
zonder dat iemand tegen je zegt, dat het op die manier moet.

Als volwassenen spelen doen ze dat in hun vrije tijd, na het werk. Voor kinderen, vooral kleine kinderen, is vrijwel alles spelen.
1, 2, 3: spring, spring, spring
4, 5: spring, spring,
6, 7: spring, spring
8, 9: spring, spring,
10, 11, 12: draaien en terug.Hinkelen op een kinderlijk ritme. Moemoe zag en genoot ervan. Ik was altijd de éérste om een nieuw hinkelpark te trekken, met wit krijt, op de pas gekuiste koer, maar ons moemoe klaagde nooit. Hier kon ik van genieten, zonder ophouden. Dit was een van de vele kindertaferelen bij ons thuis.

Spelen is essentieel voor de lichamelijke, verstandelijke, als sociaal-economische ontwikkeling.

Dat vraagt om een toelichting!

Lichamelijke ontwikkeling: voor de grove motoriek: rollen, kruipen, hollen, springen, klauteren. Lijf, armen, benen en voeten worden geoefend en zorgen voor behendigheid.
Ik kon rennen als geen ander. Voor de boodschappen had ik mijn eigen ritueel; rennend over elke stoep, tot aan de winkel. Later kon ik tegen alle jongens van de straat rolschaatsen, nog voor er sprake was van feminisme. Al had ik kapotte knieën, ik zette alle registers open om te winnen! Dit was de basis van mijn later debuut bij de kunstschaatsclub.
Voor de fijne motoriek: op de tenen lopen, kleine dingen openen, plaatjes kijken, naar je stem luisteren.
Eén van mijn lievelingsspelen: munten op een kurk, in een cirkel geplaatst, omvergooien; hiervoor leerde ik lood smelten, in een vorm gieten om een schijf te maken. Dan werden alle muntjes buiten de cirkel opgeraapt Het was om het meest.

Verstandelijke ontwikkeling: door te kijken, te horen, te proeven, ruiken, voelen, ervaren dat dingen verschillend zijn.
Spelenderwijs opmerken dat iets glad is of ruw, hard, warm, hard, zacht, nat, droog. Het is hoog, dichtbij, veraf, groot of klein. Als je dit doet, volgt dat: je gooit bvb een blok en die blijft liggen. Een bal rolt als je hem gooit.
Ik leerde alles met de bal. Stel je voor: ik in het doel, een 'uk' groot, in een geïmproviseerd doel, tussen twee garages. Het mankeerde ons niet aan fantasie. Later was ik op school niet te kloppen in 'tussen twee vuren'. Later werd ik kapitein van de volleyploeg op school. Mijn broers hadden mij het vuur aan de schenen gelegd. Ik was geleerd.

Taal: kinderen worden omringd door taal. Er wordt tegen hen gepraat, bij het eten geven, aankleden, knuffelen, baden.

Sociaal-economisch: kinderen leren hoe ze zich moeten gedragen, dat ze rekening moeten houden met anderen, dat er regels zijn thuis, op school, op straat. Je tekent op papier, niet op behang.
Elke zomerperiode keerde de fase terug van touwtjesspringen: één lange rij pubers, samen springend, zolang het kon; vooral dat laatste was opwindend. Wee degene die haperde en zo het ritme tot stilstand bracht!
Bij slecht weer werden wij aangemoedigd, om te knippen, kleuren, boetseren, plakken, scheuren en schilderen, gezelschapsspelen boven te halen.
Later mocht ik versieren in functie van feesten en zo. Nu nog is een tafel versieren en pakjes maken voor mij een heerlijke bezigheid.
Cursussen op school werden aangekleurd met de nodige snuisterijen, foto's en teksten. Zo werden de fotoalbums van de kinderen heel unieke stukken. Nu spreekt men van 'scrapbooking'. Ik doe dit al twintig jaar.

Gevoelens worden ontwikkeld: bij verstoppertje spelen met kleine kinderen veroorzaakt dit angst, als je weg bent. Het kind is blij als je weer tevoorschijn komt.
Een kind is trots bij het maken van een bouwwerk.
Met onze blokkendoos werden er meerdere bouwsels gemaakt en wat nadien zo prettig was: alles terug in de doos plaatsen zodat deze terug dicht kon. Een heel secuur en geduldig werkje.
Bij verlies is een kind soms verdrietig, soms woedend: zo leert men met gevoelens omgaan.
Pijnlijke ervaringen, zoals een ziekenhuisopname, kunnen verwerkt worden door telkens weer met de pop te spelen, er tekeningen over te maken, erover te vertellen of te schrijven.

Fantasie wordt ontwikkeld bij het spel, zoals bakker spelen, boodschappen doen, brabbelen in een telefoon, de pop eten geven, vadertje of moedertje spelen, dokter of zwarte piet.
Thuis hadden wij 'onze' winkel: vol met lege verpakkingen en zelfgemaakt geld. De ingang van de winkel had een bel, de uitgang nemen was een beetje hachelijk: door een open raam springen. We vielen nooit, maar we verkochten veel.
Kinderen kunnen zich ontwikkelen door sierlijk of wild te dansen, hard of zacht te zingen, geluid of muziek te maken.
Ik ben er zeker van dat de jaren balletopleiding hun stempel hebben gedrukt op de ontwikkeling van de dochters! Durf, moed, doorzettingsvermogen, aandacht voor muzikale vorming, zowel klassiek als jazz, lenigheid en niet te vergeten de onovertroffen sierlijkheid.
De versleten balletschoenen bewaar ik nog steeds, bewijs van onophoudelijk hard labeur en doorbijten. Onze zoon volgde de Basic Design School, gekoppeld aan de decoropbouw van het balletoptreden. Het zette hem aan om wat later de richting Kunsthumaniora te volgen en daarna de Hogeschool voor Kunst en Architectuur.

Kinderen spelen overal, door actie en nieuwsgierigheid. Het is de eigen persoonlijkheid die bepaalt of een kind druk, beweeglijk, stil of rustig is.
Ik heb een sterk vermoeden dat bij het ADHD- probleem, wat vele ouders meemaken, een verwarrend beeld is gevormd over dit 'druk, beweeglijk zijn' ! Laat deze kinderen met wat discipline, spelen, ravotten en sporten... en stop geen gevaarlijke Rilatine in de zakken, om deze beweeglijkheid tegen te werken!

Heel kleine kinderen zijn vooral bezig met hun lijf, hun wereld breidt zich steeds uit: andere omgeving, andere volwassenen, andere kinderen.
Met de ervaringen van de lagere school verandert ook het spel; het wordt steeds vol afwisseling, meer ingewikkeld. Als een kind ziek wordt, bang in bed ligt bvb, zal ook de speelontwikkeling anders verlopen. Ze hebben dan moeite met het ervaren van dingen in de ruimte.
In AZ Groeninge Kortrijk wordt elk kind dat geopereerd wordt deskundig opgevangen en begeleid door ons team en een spelbegeleidster. Deze taken worden geïntegreerd in een beleid waar kwaliteit de regel is: elk kind krijgt aangepaste spelmogelijkheden, er wordt gepraat, gekleurd; ouders krijgen ook informatie en mogen erbij zijn. De pre-operatieve fase is uniek: hun wachtruimte is speciaal voor hen ingericht en er hangen voor elke leeftijdsgroep foto's, mobieltjes, foto's hoe de verdoving gebeurt.
Wist u dat het maskertje voor een kind dat anesthesie krijgt een lekkere fruitreuk heeft?

De omgeving van een kind bepaalt heel veel hoe er gespeeld wordt: of je in de stad woont of op het platteland, in een groot huis of een flat, of er geld is om uit te geven, of dat het erg krap is, of er broertjes zijn of zusjes, of dat je alléén opgroeit, of je strenge ouders hebt, of ouders die veel goedvonden.
Ik kom uit een gezin met 8 kinderen. Wij kregen genoeg speelgoed. Er was voor elk wat wils. Wij leerden ons samen amuseren en verveelden ons zelden. Ooit hebben mijn ouders een raam uitgehaald voor de 'Sint' om een oude schoolbank te kunnen plaatsen! "Dat was spannend!" vertelden zij veel later. En ieder van ons kreeg een hoopje snoep.

Kleine kinderen kunnen vol overgave bezig zijn met eigen handen en voeten. Later wordt er gespeeld met andere speelmaterialen, mensen en speelgoed: paardje rijden op schoot, tikkertje, verstoppertje.

Er zijn een ontelbaar aantal speelgoed: om te knutselen, te bouwen, om alleen of samen te spelen, gevoelens te verwerken, muziek te maken.
Door de technologische vooruitgang is de hoeveelheid zo uitgebreid dat je door het bos de bomen niet meer ziet. Kinderen kunnen urenlang bezig zijn met elektronische spelletjes, TV, computer, maar stilaan wint bvb Lego terug aan verloren terrein. Het verbaast telkens weer dat zo'n eenvoudig, maar fantasierijk speelgoed beter is voor kinderen.
Ouders komen eindelijk tot het besef dat verantwoord speelgoed onontbeerlijk is en duurzaam.
Het zoveelste jaar hogeschool zit erop voor Pieter. Na de examens terug thuis met boeken, Cd's, kledij, schetsen en bouwsels. Eén klein doosje verraadt een stukje Legowereld: scharnieren en andere kleine hebbedingen van Lego Technic als basis voor architectuur.
Wist u dat architecten met naam en faam houden van deze spelelementen als schaalonderdelen voor hun zoektocht naar een degelijk ontwerp?

Wat moet u als volwassene doen?

Kinderen ruimte geven: valt niet altijd mee, als je klein behuisd bent of in de stad woont.
Een eigen speelhoekje kan voldoende zijn met tafeltje, stoel, eigen plank, opbergmand, kist.
Grotere kinderen hebben meer ruimte nodig. Buiten spelen is ideaal, maar een eigen kamer om even alleen te zijn of samen met vriendjes is prettig.
Kinderen hebben het nodig niet altijd gestoord te worden en hun eigen tempo te spelen, op hun eigen manier.
Alleen met jezelf of met volwassenen spelen is niet genoeg. Het is niet meer vanzelfsprekend dat er een broertje of zusje is.

Het spel met leeftijdgenootjes geeft andere mogelijkheden: ze doen samen ontdekkingen waar ze alleen niet zouden opkomen. Ze leren delen en hoe andere kinderen spelen. Denk aan de jeugdbewegingen, op kamp gaan.

Materiaal op het juiste moment kiezen!
Ieder kind ontwikkelt zich in een eigen tempo en heeft zijn voorkeuren. Belangrijk is goed naar je kind te kijken als het speelt. Je ziet dan waarmee het bezig is en hoe het speelt; als het belangstelling heeft voor kleuren, is een spelletje waarmee het kleuren kan oefenen op dit moment welkom.
Als een kind vreselijk nieuwsgierig is in hoe dingen in elkaar zitten en daarom speelgoed in elkaar steekt, of kapot maakt kan je beter iets geven dat mag losgepeuterd worden.
Eén pop is voldoende. Van andere soorten speelgoed is héél veel juist fijn, zoals: houten blokken, Lego of Meccano.
Is een kind ziek, zijn er spanningen thuis, moeilijkheden op school, ruzie met een vriendje, een verhuizing, ziekenhuisopname, dan kan het lusteloos of hangerig zijn. Belangrijk is geduld op te brengen, erachter te komen wat er aan de hand is: erover praten, erover spelen kan dan helpen.

Help! Mijn kind speelt niet!

Niet spelen kan een teken zijn dat kinderen uitgespeeld zijn of dat er teveel speelgoed heeft. Het weet niet waar te beginnen. Beter is een deel speelgoed weg te leggen. Het wordt dan wat overzichtelijker. Misschien is er behoefte aan een andere speelomgeving? Misschien krijgt het weinig kans om op een eigen manier bezig te zijn, of is teveel uit zijn spel gehaald. Zo durft het niet meer. Het is immers nooit goed. Misschien kan je proberen de speelomgeving uit te breiden bij buren, vrienden, speelzaal, buurthuis.
Zelfgemaakt speelgoed was er bij ons thuis genoeg: vader was timmerman en knutselde veel: ringwerpspel, kegels, vliegers: alles werd door ons in elkaar gestoken: we renden en holden om het meest; fier waren we als de vlieger hoog in de lucht zweefde.

Onze post-modernistische tijd kent een stijgend aantal zwaarlijvige, onrustige kinderen door gebrek aan beweging, sport, het zittend leven voor, tijdens de school en vooral erna.
Er is moed voor nodig om met dit patroon te breken en opnieuw aan sport te doen. Gelukkig zijn er speciale centra om deze kinderen te helpen. En er wordt aan preventie gedaan door bvb het "bewegen" te stimuleren door een stappenteller en aangepaste bewegingsprogramma's uit te bouwen.

Wist u dat spelen een essentieel onderdeel is van een toekomstgerichte leefbaarheid in de stadsontwikkeling?

Er is werk aan de winkel om in elke stad terug een leefbaar klimaat te ontwikkelen. Maw de jeugd is er nodig, ondanks protest, meestal van ouderen.
De burgemeester van Kortrijk heeft het goed begrepen: hij heeft de goedkeuring voor een skatepiste gegeven, uniek in de Benelux!, op een prachtige site van de Groeningebrug. De jeugd droomt daar al jaren van. Ze zullen er zich kostelijk kunnen amuseren en uitleven.
De balletschool van Antwerpen heeft lesssen getrokken uit het verleden door niet meer geïsoleerd te werken, maar contact te zoeken met de jeugd, via de scholen. De jeugd wordt uitgenodigd om met hen kennis te maken en zo de kunst van het dansen te leren waarderen.

Ik omarm Mario Clementoni en prijs deze Italiaanse ondernemer van speelgoed. Hij besefte dat de toekomst van het spel te zoeken was in de ontwikkeling van leerzame spellen in functie van intelligentie en geheugen.
Volgens deze gepassioneerde man is spelen een activiteit zonder weerga : "We mogen nooit ophouden met spelen, zeker niet als we ouder worden!"
Ikzelf blijf puzzelen, al is mijn laatste aankoop, één van mijn favorieten: 'de Schreeuw' van Edward Munch, met zijn 1000 stukken héél moeilijk.
De jeugd weerspiegelt zich aan de volwassenen. Is het niet de hoogste tijd om eens te gaan zitten, eventjes na te denken, dat wij volwassenen soms verkeerd bezig zijn?
In onze maatschappij, waar men altijd druk bezig is! Laat ons allen wat meer spelen , tijd en ruimte geven aan de kinderen.

PS. Mario Clementoni begon met het ontwikkelen van spellen. Vandaag is het bedrijf (er zijn meer dan 300 personen tewerkgesteld) één van de grootste Europese speelgoedfabrikanten. Zijn educatieve spellen worden verdeeld onder het gamma: "Sapientino" (De kleine professor), verkocht in meer dan 55 landen en vertaald in meer dan 16 talen.

Mieke Houthaeve
juli 2005