Zinloos lijden? (mijn visie)
Jan Vanhaelen

Achttien jaar geleden, in 1987, kreeg ik ten gevolge van verkeerde 'diagnose' en verkeerde 'medicatie' een 'farmacogene depressie'. Dat wil zeggen: een 'depressie' veroorzaakt door 'geneesmiddelen'. Dertien maanden was ik werkonbekwaam en op ziekteverlof. Bijna drie maanden was ik 'vrijwillig' opgenomen in een psychiatrische instelling.
Vijf jaar nadien werd mijn boek 'Sarah' gepubliceerd waarin ik deze geschiedenis vertel. Tot dan had ik alle details van die moordende periode haarscherp in mijn geheugen opgeslagen. Meer dan twee honderd keer heb ik mijn verhaal mogen mee-delen : in vele tientallen artikels en studies (met in totaal verscheidene miljoenen oplage), op radio, tv en in lezingen, voor meerdere honderdduizenden kijkers en toehoorders.
Dit verhaal over de zin van het lijden is voldoende bekend. Je vindt het terug in het boek 'Waarom jij, Sarah' en in het 'Witboek'.

Wanneer je me vandaag vraagt mijn getuigenis in een paar bladzijden samen te vatten, dan is dat voor mij tegelijk een gemakkelijke en een moeilijke opdracht. Gemakkelijk, omdat ik al dertien jaar, sinds de publicatie van het boek 'Sarah' elke dag getuigenis afleg en ik alle aspecten ervan grondig doorleefd beheers, omdat dit een getuigenisdossier geworden is, dat elke dag nog peilt naar de zin en de onzin van het bestaan. En omdat ik dat lijden bijna elke dag weer opnieuw toets aan het lijden van anderen.

Ingrijpend is deze grote nachtmerrie in mijn leven wel geweest. Alhoewel ik altijd sociaalvoelend en actief geweest ben, heeft deze levensgebeurtenis me meer beïnvloed dan gelijk wat anders. Het heeft een bijkomende, vervolledigende dimensie gegeven aan mijn toch al rijk gevuld en wondermooi menselijk bestaan.

Niet dat ik leef in een wonderwereld, ver van daar. Zoals iedereen hebben wij ons deel gehad zowel van vreugde als van pijn en leed. Zeker niet minder dan de gemiddelde burger. Maar wat ik meemaakte, en vooral de ontmoeting met mensen zoals 'Sarah' en met zo velen na haar, heeft me gemotiveerd en geeft me elke dag weer de zin om me blijvend in te zetten. Voor de armsten onder de armen, de zwaksten onder de zwakken, de meest verworpen mensen in dit land.

De afbouw van de medicatie-cocktails heeft me gered van een gewisse dood of van een jarenlang leven als een dode, een zombie, in de ellendigste omstandigheden. Mijn ervaring is dat een bedelaar in Moskou, die doodvriest op de stoep van het metro-station, of de landloze boer in Brazilië of de armen met wie ik in de favella's verbleef, er beter aan toe zijn dan ikzelf toen ik 'onder psychiatrische medicatie' stond.
Door de afbouw ervan herwon ik een fractie van mijn mogelijkheden. Met dat splintertje energie heb ik gevloekt, geroepen en geschreeuwd om er me uit te halen. Door verdere afbouw raakte ik van de verschrikkelijke nevenwerkingen van de medicatie en van de 'depressieve symptomen' af. Handoplegging, acupunctuur, homeopathie en chiropraxie volstonden ruimschoots om de schade van de psychomedicatie voor tachtig procent ongedaan te maken. Ik nam opnieuw mijn eigen lot in handen en ging me bezinnen over dit avontuur en over wat ten grondslag ligt aan de zware dysfunctie van onze geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie in Vlaanderen en in de rest van de wereld.

In de psychiatrische instelling zijn mijn ogen opengegaan. In de eerste jaren nadien legde ik de puzzel samen. Na Sarah's dood (1996) leerde ik, in een poging om een georganiseerde beweging op gang te brengen, hoe diep vertakt de onzin van het lijden in mens en systeem verweven zit in onze cultuur. Vanaf eind 1998 tot nu (2005) ben ik - samen met vele anderen - gaan inzien, dat alleen het op gang brengen van een maatschappelijke mentaliteitsverandering de mogelijkheid biedt om deze samenleving meer psychosociaal en cultureel welzijn en een betere geestelijke gezondheid te brengen.

Als je wereld in elkaar stuikt, als je niets meer ziet rondom je, geen toekomst meer, geen leven, dan heeft dat meestal NIET met ziekte te maken. Er zijn honderden oorzaken, samenloop van omstandigheidsfactoren, mogelijke verwikkelingen die 'depressieve' toestanden kunnen teweegbrengen. Bij alle 'psychische' problemen heb je te maken met vormen van 'depressie'. Ziekte, verlies, trauma's kunnen hoofdoorzaak zijn. Maar buiten de individuele draagkracht, het 'zelfhelend' vermogen, de dynamiek van ieder afzonderlijk, hangt het af van de cultuur en de mensen om je heen, de heersende opvattingen over leven en dood, werk en rust, bezitten en delen, en nog zoveel meer, of je het haalt of niet.

Voor mij, zoals voor zovele tienduizenden in de voorbije achttien jaar, heeft de psychiatrische instelling ont-menselijkend gewerkt. Ik verwijt niets aan de hulpverleners. Ik zoek geen schuldigen. Dat het fout gaat, dat dit systeem wereldwijd meer slachtoffers maakt dan de ergste tsunami , is een zaak van de westerse maatschappij, een kwestie van gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Maar het is niet omdat de totaalbalans zo zwaar negatief is, dat dit niet zou kunnen veranderen.

Eigenlijk wou ik getuigen, vertellen wat er gebeurd is. Zoals ik al een paar honderd keer deed. En steeds opnieuw, ook nu weer, stel ik vast dat 'getuigen' betekent 'in opstand komen', "se révolter". Niet tegen mensen, maar tegen systemen die zichzelf voeden, tot monstergedrochten uitgroeien. Die de mens in je doden. Leven en dood zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden. Maar dan wel alles op zijn tijd!

Jan Vanhaelen
5 februari 2005

 

Als een mummie

Als een mummie opgesloten
in mijn eigen droge vel
weg van aarde hemel hel
tijdloos lijdend aan de tijd
tikken heden en verleden
dagen vol met niets dan spijt.

Vaag verschuiven de seizoenen
zonder mij en veel te traag
in mijn sippe sarkofaag
zwinden langzaam de visioenen
doven levend onder zand
glippen doelloos uit mijn hand.

Als een mummie ingewikkeld
sterf ik al vijfduizend jaar
rust of lust vergeet ik maar
tijdloos lijdend aan de tijd
wil ik eindelijk overleden
deze piramide kwijt.

Jan Vanhaelen